DORDRECHT – In maart kreeg hij nog vier jaar, cel waarvan de helft voorwaardelijk voor een moordpoging op zijn vrouw. Maar zijn kinderen (17 en 20) zouden hem inmiddels hebben vergeven, zijn vrouw staat vierkant achter hem en zelfs van het Openbaar Ministerie hoeft Dordtenaar B. H. (53) niet naar de cel.

Het OM eiste gisteren in hoger beroep bij het Haagse gerechtshof een geheel voorwaardelijke celstraf van drie jaar en 150 uur werkstraf tegen de Dordtenaar.

 

Honkbalknuppel

Die had zijn slapende echtgenote met een honkbalknuppel tegen haar hoofd geslagen in mei 2011. Zij liep daarbij een hoofdwond op. H. was in beroep gegaan vanwege de hoogte van de door de rechtbank opgelegde straf.

 

Schaamte

In 2011 stond de ondernemer aan de financiële afgrond. Zijn huurschuld was opgelopen tot ruim 4000 euro. In een brief van de deurwaarder stond dat de woning per 1 juni zou worden ontruimd. Vrouw en kinderen vertelde hij uit schaamte niets over de financiële malaise en de dreigende huisuitzetting.

H. deed nog internationaal offertes uit, maar de een na de andere potentiële klant weigerde toe te happen, totdat alleen ‘Australië’ nog overbleef.

 

Paniek

In de bewuste nacht ging H. zijn bed uit om te checken of ‘Down Under’ hem alsnog op de valreep zou redden. Maar dat bleek niet het geval. De orderportefeuille bleef leeg. ‘Ik zag toen geen uitweg meer, ik was totaal in paniek.’ Het zou al eens bij hem zijn opgekomen om voor de trein te stappen, of zijn hele gezin, inclusief zichzelf, uit te moorden.

Hij greep uiteindelijk een honkbalknuppel. Daarmee sloeg hij toe, op het hoofd van zijn vrouw. ‘Tijdens die beweging dacht ik al: dit kan niet.’

Zijn vrouw, die als getuige werd gehoord, zei niets te hebben gemerkt van de klap. ‘Ik werd wakker van zijn gegil en gehuil. Mijn echtgenoot was niet voor rede vatbaar, hij bleef herhalen: wij zijn alles kwijt.’ Pas later zou ze hebben gemerkt dat ze bloedde. Ook aan de wakker geworden kinderen biechtte H. de financiële afgrond en de klap met de knuppel op.

Zijn echtgenote wilde geen aangifte te doen, maar justitie hoorde via buren toch van de zaak en besloot ‘ambtshalve’ vervolging in te stellen. Een onvoorwaardelijke celstraf vond het OM niet nodig, onder meer vanwege de gezinsomstandigheden.

 

Terugbetaald

Het gezin heeft uiteindelijk de huurwoning kunnen behouden, omdat de ouders van H. en een broer bijsprongen. Zij zouden inmiddels al weer bijna zijn terugbetaald, omdat H. al weer in loondienst is. Volgens advocate E. van den Oudenaller komt die vaste baan in gevaar als haar cliënt onverhoopt alsnog de cel in moet. Zij pleitte voor ‘ontslag van alle rechtsvervolging’ omdat H. in een ‘opwelling’ zou hebben gehandeld.

Uitspraak volgt op 17 december.

 

Bron: www.AD.nl | 05-12-2013 (laatste update: 19-02-2016)